De Witte Burg is, zoals zoveel hoeken van de Belgische kust, eerst en vooral een straat. Een asfaltlijn die uitloopt op duingras, palende aan een natuurreservaat. Tot een paar jaar geleden stond hier niets opvallend; vandaag staat hier Villa Picasso, een rechthoekig volume in beton met een houten inkernel, dat alle theatrale gebaren van architectuur uit de jaren negentig weet te vermijden.

Het pand werd in 2016 opgeleverd. Niet onze tekening, niet onze bouw — maar wel onze invulling. Toen we het in 2023 overnamen, hadden we een vraag: wat doe je met een huis dat al af is? Het antwoord werd, eigenlijk, helemaal niet bouwkundig. Het werd interieurarchitectuur — en kunst.

Het skelet

De villa is een eenvoudige geometrische compositie. Een rechthoekig grondvlak van ongeveer dertig meter lang, met een hoogteverschil tussen de twee leef­zones. Op de bovenste verdieping de slaapkamers, op de begane grond de leefruimte met vide-eetkamer. De materialen blijven beperkt: gepolijst beton voor de buitenmuren, geolied walnoot voor de vloeren, glas voor alles wat naar buiten kijkt.

De keuze voor walnoot in plaats van eik is geen toeval. Walnoot is warmer, dieper, en heeft die karakteristieke chocoladekleur die door de tijd alleen maar mooier wordt. Het breekt de strenge witte muren en het koele beton — en het is geen modegril; deze plank ligt er over twintig jaar nog.

Wat we toevoegden

Bij elk pand dat we inrichten, vertrekken we van twee vragen: past dit stuk hier, en wordt dit mooier door de tijd? Zo kwamen we uit bij een aantal iconen.

Het eerste was een originele Rietveld Red & Blue — een stoel uit 1918 die Picasso's tijdgenoot was en uit dezelfde Europese moderne traditie komt. Hij staat alleen in een hoek van het hoofdsalon, niet om in te zitten maar om naar te kijken. Tegenover hem: een De Sede Terrazza (DS-1025), die golvende cognac lederen modulaire bank uit 1972 van Ubald Klug, die je terugbrengt naar interieurs van Tom Ford-films, maar verrassend praktisch is voor families.

Een goed huis is geen verzameling van mooie objecten. Het is een ruimte waarin elk object het andere ondersteunt.

In het tweede salon, een verdieping hoger, gingen we andere richting uit: een gebogen boucle bank in roomwit, een Noguchi-stijl glazen tafel, een sheepskin rug, en boven de gas open haard — die zelf gehoorzaamt aan de geometrie van het pand — twee Picasso-gestileerde sketches in zwart-wit. Geen reproducties, wel hommages.

De kunst

We hebben het al eens gehad over de kunst. Door het hele huis hangen werken die de naamgever expliciet of subtiel citeren: zwart-witte abstracte schetsen die aan zijn lijnvoering refereren, een opvallend kersenbloesem­werk boven de trap dat het Europese met het Aziatische verzoent, kleinere geometrische composities in de gang.

De keuze is niet voor de hand liggend. Picasso's eigen werk is ofwel niet betaalbaar, ofwel zo bekend dat het tot decoratie verschraalt. Hommage-kunst van hedendaagse Belgische kunstenaars — vaak in beperkte oplage — geeft het pand de juiste sfeer zonder dat ene cliché-zinnetje "we hebben een Picasso aan de muur".

Wat een huis pas thuiskomt maakt

Architectuur is, zoals iemand ooit zei, frozen music. Maar muziek heeft pas nut als ze gespeeld wordt. Een huis, zelfs een mooi gebouwd huis, is pas een thuis als er iets gebeurt: gesprekken, koken, kinderen die de trap af rennen, een glas op het terras. Onze taak, zoals wij dat zien, is het kader leveren waarin dat allemaal vanzelfsprekend wordt.

Daarom is Villa Picasso geen showhuis. Het is een woning, met krassen en gebruikssporen en het soort patine dat alleen door bewoning ontstaat. Wij vinden dat fijn. Het is hoe het hoort.